Henk Pringels studeerde Germaanse talen en theaterwetenschappen aan de Rijksuniversiteit te Gent. Na zijn studies werkte hij als freelance journalist voor diverse kranten en tijdschriften. Tot 1996 recenseerde hij theater voor het kunstenactualiteitenprogramma De Kunstberg voor het toenmalige Radio III. Ondertussen begon Pringels zelf verhalen en theaterstukken te schrijven. Hij was laureaat van de RUG-verhalenwedstrijd en in 1997 werd zijn theatertekst Trainy Days bekroond met de Paul de Montprijs voor toneel van de provincie Oost-Vlaanderen. In 2002 schreef en regisseerde hij voor het kinderkoor van de Vlaamse Opera het muziektheaterstuk Liefde en Bloed, Kinderen toegelaten. In 2005 volgde de kinderopera DecameroLaLa i.s.m. de Brusselse Muziekacademie in Laken. In 2006 wordt zijn eerste roman Zumante uitgegeven. Tussen zijn schrijversactiviteiten door is Pringels als beroepszanger bij diverse muziekensembles geëngageerd.

 

 

De samenwerking tussen Pringels en Wise begon in 2001 met de creatie van deze kinderopera geschreven voor het kinderkoor van de Vlaamse Opera onder leiding van Hendrik Derolez. Door de positieve ontvangst van deze productie zetten Wise en Pringels hun samenwerking verder, wat uiteindelijk uitmondde in het project De Fabel van Ooh en Aah, en dit in het kader van de Zomeropera Alden Biesen 2005.