Judas Maccabaeus -- een oratorium, de muziek van Georg Friedrich Händel, teksten van Dr. Thomas Morell

 

een selectie van de artikels geschreven ter gelegenheid van de uitvoeringen in maart 2007 door de studenten van de oratoriumklas van het Koninklijk Conservatorium, Antwerpen o.l.v. Andrew Wise

 

1.  Händel en het idee van een oratorium

2.  Eerste experimenten

3.  Händel's carrière

4.  Händel's zangers

5.  De theaters in Londen ten tijde van Händel

6.  Thomas Morell

7.  Zijn samenwerking met Händel

8.  Popoulariteit van Judas Maccabaeus

9.  Niet dramatisch, toch meeslepend

10. Korte samenvatting

11. Projecttoelichting

 

1. Händel en het idee van een oratorium

 

Voor Händel betekende het oratorium een dramatisch werk bestaande uit drie akten met een Bijbels onderwerp, met een prominent gebruik van het koor, uigevoerd als een concert in een theater. Het oratorium is bijna door toeval ontstaan, wanneer Händel in 1732 de intentie had om een herziene podiumversie van zijn eerder geschreven Esther (zijn eerste Engelstalige oratorium) uit te voeren maar deze tegengewerkt werd door de bisschop van Londen. Het succes van Esther als een concertante uitvoering zette Händel aan tot het componeren van nog twee oratoria maar pas vanaf 1738 begon hij uitsluitend (Engelse) oratoria te componeren.

 

In de eeuw na Händel’s dood waren er maar drie oratoria die meestal twee voorstellingen in elk seizoen kregen (Messiah, Samson en Judas Maccabeüs), terwijl de rest van zijn repertoire enkel occasioneel werd gespeeld of ook helemaal niet. Dit kwam omdat in deze werken de veronderstelde actie levendig aanwezig is, door ‘stage-directions’ in een uitgegeven boek en door geschikte gebaren in de muziek. Het is dan ook nauwelijks toevallig dat deze oratoria, die regelmatig uitgevoerd werden na Händel’s dood en die het standaard koorrepertoire werden in de negentiende eeuw, Samson en Judas Maccabeüs waren, waarbij in beide verhalen de gebeurtenissen van het verhaal zelf grotendeels verteld worden, en dat het niet moeilijk is om je het verhaal visueel voor te stellen door de tekst en door de muziek.

 

Waarschijnlijk gebruikte Händel het clavecimbel bij het componeren, niet om met de ene hand de noten stuk voor stuk te spelen en ze dan metde andere hand op te schrijven (zoals Stravinsky deed; in sommige stukken is te horen dat ze aan de piano zijn geschreven)maar veeleer om op zoek te gaan naar een idee of de verschillende alternatieven voor een idee op het gehoor uit  proberen.  Er is hierover een getuigenis: Thomas Morell verhaalt in een brief uit 1794 het volgende over de totstandkoming van een passage uit het oratorium Judas Maccabeus:

 

Ik bracht hem de eerste akte van Judas Maccabeüs.  “Nou,” zei Händel, “hoe gaat het nu verder?”

We moeten ons de veldslag voorstellen waarin de Israëlieten de overwinning behaalden; we moeten dus beginnen met een koor op een tekst als ‘Fall’n is the foe’ of iets dergelijks.”

Hm, dat is prima,” zie Händel, en hij begon op het clavecimbel te spelen, precies datgene wat uiteindelijk de muziek van dit koor geworden is.

Welnu, hoe gaat het verder?” vervolgede hij.                   

Morgen zal ik een tekst bregen.”

Nee, nu, onmiddellijk.”

So fall thy foes, o Lord.”

Ja, dat loopt goed.” En hij speelde meteen verder.’

 

Sandra Paelinck

boven

2. Eerste experimenten

 

De twee oratoria die Händel heeft geschreven in 1707 (Il trionfo del Tempo e del Disinganno) en 1708 (La resurrezione) zijn belangrijk voor de toekomstige ontwikkelingen. Het bijna opera-achtige idioom waarin de vorm zich had gesetteld, was passend voor Händel en er wordt gezegd dat zijn librettisten blij waren om met hem samen te werken. In de zeventiende en de achttiende eeuw hadden de meeste componisten die opera schreven ook een gelijktijdige interesse in de kerkmuziek, omdat het hen toestond om hun compositorische vaardigheden te ontwikkelen en te demonstreren. Kerkmuziek kon zeker passages van solistisch vocale vertoningen bevatten, maar het gaf ook de mogelijkheid voor grote koorbewegingen.

 

Händel verliet Italië in de eerste maanden van 1710 om naar Londen te gaan.  Tijdens deze eerste jaren in Londen componeerde hij niet alleen Italiaanse opera’s, maar hij had ook belangrijke bijdrage aan de Engelse kerkmuziek, waaronder het ‘Utrecht’ Te Deum en Jubilae van 1713.  In deze composities herwerkte Händel vaak muziek van Latijnse psalmzettingen en andere werken dat hij had geschreven in Italië zoals hij ook in zijn “Londense” Opera’s van deze periode muziek herbruikte van zijn Italiaanse opera’s en cantates. Toch is er ook veel dat nieuw en fris is in deze muziek dat een specifieke Engelse invloed reflecteert. Händel zijn nieuwe ‘passie’ om in het Engels te componeren gaf een opening aan al zijn bewonderaars om Engelse teksten voor te stellen om te toonzetten. Deze teksten stonden qua vorm in groot contrast met de tradities van de Italiaanse operalibretto’s.

 

Marijn Van Damme

boven

 

3. Händels carrière

 

Vergeleken met Vivaldi, Rameau en Bach, die allen geheel in hun eigen nationale traditie opgingen, was Händel (1685 – 1759) een volstrekt internationale componist. Zijn muziek heeft een Duitse ernst, een Italiaanse mildheid en een Franse grandeur. Deze eigenschappen kwamen in Engeland tot rijping, waar het culturele klimaat destijds het meest gunstig was voor zo’n kosmopolitische stijl. En het was ook Engeland waar de koortraditie heerste die Händels oratoria mogelijk maakte. Händel oogstte tijdens zijn leven internationale roem en bleef bij latere generaties in de herinnering voortleven, al was het maar om zijn oratoria.

 

Er waren in Händels familie geen musici, maar het talent van de jongen was dermate onmiskenbaar dat zijn vader hem met tegenzin toestond om les te nemen bij Friedrich Wilhelm Zachow, componist, organist en kapelmeester in de belangrijkste kerk van Händels geboortestad, Halle in Saksen. Onder diens begeleiding bekwaamde Händel zich als organist en klavecimbelspeler, studeerde hij viool en hobo, kreeg hij een grondige scholing in het contrapunt en raakte hij vertrouwd met de muziek van eigentijdse Duitse en Italiaanse componisten door de gebruikelijke, effectieve methode van het kopiëren van hun partituren. In 1702 werd hij als student ingeschreven aan de universiteit van Halle. Op achttienjarige leeftijd componeerde hij zijn eerste opera, Almira.

 

Van het eind van 1706 tot halverwege het jaar 1710 was Händel in Italië, waar hij spoedig werd erkend als een veelbelovende jonge componist en waar hij omging met de vooraanstaande patronen en musici. Zijn belangrijkste patroon in deze periode was markies Francesco Rupoli, bij wie Händel in Rome en op zijn landgoederen als muzikant en componist in dienst was. Hij maakte kennis met Corelli, Caldara en de twee Scarlatti’s, waarvan de zoon, Domenico, even oud was als hijzelf. De twee wedijverden op het klavecimbel en het orgel en werden vrienden. Alles bij elkaar waren deze Italiaanse jaren beslissend voor Händels latere carrière. Op vijfentwintigjarige leeftijd verliet Händel Italië om kapelmeester te worden aan het hof van de keurvorst van Hannover.

 

Die aanstelling bleek uiteindelijk slechts een korte episode. Bijna meteen ging Händel langdurig met verlof, om in 1710 – 1711 Londen te bezoeken, waar hij opzien baarde met de opera Rinaldo. Na een kort verblijf in Duitsland was Händel in de herfst van 1712 terug in Londen. Kort na zijn terugkomst ontstonden er vier opera’s in vier jaar tijd. Hierna werd Händel aangesteld aan als orkestmeester aan de pas opgerichte Royal Academy of Music, een initiatief van de koning met de steun van de adel om de Italiaanse opera in Londen een permanente basis te verschaffen. Voor het openingsseizoen in 1720 schreef Händel Radamisto. Dat werk zette sluizen open.

 

De jaren hierop volgend bleef Händel zeer productief in het componeren van opera’s. Zo schreef hij ondermeer Giulio Cesare in Egitto, Rodelinda en Alessandro. Deze werken brachten Händels versie van Italiaanse opera tot nieuwe hoogten. Ze waren nog steeds gebasseerd op de conventies van de opera seria, maar de grenzen vervaagden en de formules werden aangepast aan de eisen van de muziek. De dramatische voortgang en de karakterisering kwamen voor alles en de complexe psyche werd blootgelegd. De glorietijd van de Academy duurde niet lang. In 1728 werd er de laatste opera opgevoerd. Ondertussen speelde verderop in de straat Lincoln’s Inn Fields een stuk dat avond op avond volle zalen trok, The Beggar’s Opera, een Engelstalige opera.

 

Maar Händel was niet het type om zich zonder slag of stoot gewonnen te geven. Zo richtte hij de Second Academy op. Maar ook dit had niet altijd het gewenste succes. Het publiek dat naat Italiaanse opera’s kwam, wilde aria’s, zelfs als dat betekende dat de verhaallijn niet meer te volgen was. Iets zou moeten wijken. Ondanks nog enkele prachtige opera’s van Händel vormde de concurrentie van de Opera of the Nobility een constante bedreiging en los daarvan was de smaak van het publiek veranderd. Händel moest zich aanpassen en introduceerde het Engelse oratorium.

Ineke De Vylder

boven

 

 

4. Händels zangers

 

De rol van de Israëlitish Man werd destijds uitgevoerd door de Italiaanse sopraan, Caterina Galli. Ze stond bekend als ‘the last of Mr. Handel’s scholars’ dankzij haar vele uitvoeringen van Händel’s oratoria. Ook na zijn terugkeer uit Italië, tijdens zijn Londense periode, bleef Händel in het Italiaans schrijven. Hij zette Italiaanse teksten voor een Engels publiek op muziek. Dus in tegenstelling tot Italiaanse componisten schreef Händel opera’s voor een publiek dat de taal niet kende. Het succes van zijn opera’s hing daarom af van de manier waarop de muziek de handelingen weergaf en de mate waarin muziek en zangers de aandacht van het publiek vast wisten te houden. Händel bleef hiervoor gebruik maken van voornamelijk Italiaanse zangers.

 

Aan interesse had hij geen gebrek, hij trok zangers aan als een magneet. Zelf reisde hij regelmatig door Italië op zoek naar geschikt talent. De sterren die hij onder contract nam kregen de hoogste salarissen die op dat moment door wie dan ook konden worden verdiend. Daarbij waren de castraten de absolute toppers. Hun abnormaal hoge stemmen stonden garant voor onmetelijke rijkdom.Uit de keel van een volwassen man kwam de stem van een technisch volleerd zingende knaap maar volumineuzer, mannelijker, sterker en met talloze kleurnuance.De tonen konden parelend klinken als bij een fluit, maar ze konden ook zacht als dons komen aanzweven of met de kracht van een klaroenstoot worden voortgebracht. Beroemdste voorbeelden zijn Senesino en Farinelli. Deze laatse was een slanke, 1m90 lange reus die over de verbluffende stemomvang van drie octaven beschikte. Als hij zijn beroemde zweltoon gedurende meer dan twee minuten aanhield, raakte het publiek in een soort extatische geestdrift die we tegenwoordig haast alleen nog kennen van popconcerten. Terwijl de castraten het middelpunt van de Italiaanse opera vormden, werden ook de vrouwelijke sopranen, de prima donna’s, steeds belangrijker. Dankzij zijn in Italië vergaarde roem stonden al deze gouden stemmen tot Händel’s beschikking.

Mieke De Blieck

boven

 

 

 

5. De theaters in Londen  ten tijde van Händel

 

In 1710, toen Händel in Londen aankwam, waren er slechts twee theaters aktief. Drury Lane en Queen's Theatre (Haymarket) dat later King's Theatre genoemd werd naar aanleiding van de nieuwe koning George 1. De grootte van de theaters was ongeveer gelijk. Ze waren uitgerust met enkele technische mogelijkheden zoals wing-and-shutter, een veranderbaar decor en nog een aantal andere mechanische effecten. Aangezien er geen individuele zetels waren, behalve in de loges, was de capaciteit van de zaal moeilijk in te schatten. Het hing er simpelweg van af hoe dicht de mensen bij elkaar zaten en/of hoe dicht ze de banken bij elkaar schoven. Er konden +- 670 personen op een comfortabele manier binnen en +- 940 als de zaal absoluut stampvol zat. In 1714 kwam er een nieuw akteerbedrijf bij, Lincoln's Inn Fields Theatre, met een iets grotere capaciteit. In 1732 kwam er nog een nieuw theater aan Covent Garden. Nog later kwamen er meer kleine theaters en  het operahuis Opera of the Nobility.

 

Aangezien het King's Theatre een monopolie had op Italiaanse opera was het dit theater waar Händel in eerste instantie ging werken. Het operahuis speelde twee avonden in de week van november t/m juni, terwijl de andere theaters zes avonden in de week en bijna het hele jaar door aktief konden zijn. King's Theatre speelde bijna exclusief Italiaanse opera, terwijl de andere theaters lied, dans, pantomime, masques, instrumentale interludes en Engelse opera's en masques hadden.

 

De Engelse theaters waren afhankelijk van hun dagelijkse ticketverkoop. De zangers, en zeker als het gaat om buitenlandse zangers, werden altijd het meeste betaald. De grootste troef van opera was de sociale glamour en de sterzangers. De gewone theaters maakten hun reklame via de Londense krant en door het uitdelen van flyers in koffieshops, tavernes en privéwoningen van favoriete klanten terwijl de operahuizen hun reklame via de dagelijkse krant maakten. De componist en librettist werden amper of niet vernoemd, evenmin als de zangers. In die tijd bestond er niet zoiets als een uitgebreid verslag over de première. Het was dus vooral mond aan mond reklame.

 

Händel kreeg in zijn carrière langs alle kanten enorm veel competitie van vele theaters en toen Sir R. Walpole het in 1737 gedaan kreeg dat men een vergunning moest hebben om stukken uit te mogen voeren, sloten alle theaters, behalve de twee patenthouders en het operahuis King's Theatre dat ondertussen overgenomen was door de Opera of the Nobility. Händel was wellicht dé componist die in de 18de eeuw in Engeland het beste betaald werd voor zijn kunst, die zowel componeren, dirigeren als regisseren inhield. Hij werd dus wel degelijk beloond voor zijn genialiteit.

Laurie Janssens

boven

 

6. Thomas Morell

 

Thomas Morell (1703--1784) was een Engelse geestelijke, auteur en librettist. Hij studeerde aan Eton College en King’s College in Cambridge. Hij was werkzaam in Twickenham, rector van Buckland en kapelaan aan het garnizoen van Porthsmouth en Kew. In Kew stond hij onder de hoede van Queen Caroline. Hij had een gesloten persoonlijkheid, hij hield niet van veel gezelschap, maar hij werd wel gerespecteerd als een geleerde en hij kon op een grote affectie rekenen bij zijn vrienden James Thomson, David Garrick en William Hogarth. Hij kwam in contact met de Burlington familie en met Frederick, Prince of Wales, dankzij hem maakte Morell zijn debuut  in “the Gentleman’s Magazine”. Hij werd een lid van de “Royal Society”en op aanraden van Queen Caroline, schreef hij een recensie op John Locke’s essay over de menselijke verstandhouding.

 

Hij maakte vertalingen van toneelstukken waaronder Sophocles en Euripides. Uit verzen van zijn manuscripten kunnen we opmaken dat hij een dichter was met een natuurlijk gevoel voor verzen en rijmen, en dat hij een dichter was die een verscheidenheid aan stijlen en gevoelens uitte tegenover de politieke kwesties destijds. Zijn religieus getinte publicaties droegen bij tot de eigentijdse verdediging van het orthodoxe geloof tegen het “vrije geloof” en zorgde voor een interessante invalshoek in zijn libretto’s voor de oratoria van Händel.

 

Anekdotes : conservaties tussen Händel en Morell:

 

I heard him [Morell] say that one fine summer morning he was roused out of bed at five o'clock by Händel, who came in his carriage a short distance from London. The doctor went to the window and spoke to Händel, who would not leave his carriage. Händel was at the time composing an oratorio. When the doctor asked him what he wanted, he said, "What de devil means de vord [word] billow?" Which was in the oratorio the doctor has written for him. The doctor, after laughing at so ludicrous a reason for disturbing him, told him that billow meant wave, a wave of the sea. "Oh, de vave", said Händel, and bade his coachman return, without addressing another word to the doctor.

 

Lies Vandewege

boven

7. Samenwerking met Händel

 

Judas Maccabaeus werd voor het eerst opgevoerd in het Theatre Royal, Covent Garden op 1 april 1747. Het werd enthousiast ontvangen, onder andere omdat het thema van een heldhaftig leider heel actueel was. De hertog van Cumberland en zijn leger hadden immers in Culloden op 16 april 1743 de Jacobitische opstand onderdrukt. Er stond dan ook in het tekstboek van Judas Maacabaeus dat het opgedragen was aan de Hertog als een ‘zwak portret van een waarlijk wijs, dapper en deugdzaam gezagvoerder’. Händel noteerde dat hij in juli 1746 begon te componeren aan Judas Maccabaeus, maar waarschijnlijk ontving hij het libretto al eerder. Hij omschreef het als ‘a sacred drama’. Het libretto van Thomas Morell, die later ook nog zou samenwerken met Händel voor de oratoria ‘Alexander Balus’, ‘Theodora’ en ‘Jephta’, is grotendeels gebaseerd op het twijfelachtige 1 Makkabeën. Maar waar Morell de bijbelse tekst nauwgezet volgt in het tweede en derde deel van het libretto, wijkt hij hier opvallend van af in deel 1. De verschillen komen overeen met ideeën die Morell uitte in een uiteenzetting in 1739/1740, waarin hij aantoont dat een oorlogsoverwinning onlosmakelijk verbonden is met een goddelijke gunst. Hieruit vertrekkende toont Morell’s versie van Makkabeën 1 de Makkabeïsche campagne en de anti-Jacobitische campagne die het voorstelt, als een duidelijk goddelijke gunst. Thomas Morell voegde enkele motieven toe uit het ‘Antiquitates Judaicae’ van Flavius Josephus (ca. 37-100 n. chr.), dat hetzelfde verhaal vertelt maar enkel details bevat die 1 Maccabeën niet bevat, zoals ‘the feast of lights’ in de derde acte.

 

Over de samenwerking van Händel met zijn librettisten weten we zeer weinig tot wat Morell ons verteld in één enkele brief. Morell had er nooit aan gedacht een libretto te schrijven had Händel het hem niet gevraagd en er geen aanbeveling van Prince Frederic (de prins van Wales) bijgevoegd. Ook voelde hij weinig voor ‘een onderneming waar weinig of geen eer bij te halen viel’. Hij klaagde uitdrukkelijk over de ‘aanpassingen waar de librettist zich aan moest onderwerpen, zelfs al bevond de componist zich in een hoogmoedige positie en had hij een gebrekkig gebruik van de Engelse taal.’

 

Morell had een talent om groepen van spanningsvolle consonanten of sisklanken te verzamelen. Zoals bijvoorbeeld ‘Our breasts shall inspire’, of ‘to the rude shock or sculptur’d stone’, die in de uitvoering de finale van acte 2 aanduidt. Steeds effecten die de grootsheid benadrukten. Händel blijkt ook na het componeren van de muziek, voortdurend de woorden te hebben veranderd, soms in detail, soms volledig. Ook bracht hij meer afwisseling dan Morell voorzien had. Zo kwamen er een opvallend aantal duetten, namelijk vijf, waar er maar twee door Morell voorzien waren en veranderde hij verscheidene aria’s in koorstukken.

 

Händel, die hem 200 pond naliet in zijn testament, was zeker gehecht aan Morell, zelfs al was de zelfingenomenheid van Morell soms meer dan hij kon verdragen. Morell’s kritiek op één van de aria’s in Judas Maccabeus zorgde voor een verwijt van de componist, die zonder nederigheid in zulke zaken reageerde: “You teach me musick, sir! Mine musick is good musick. It is your words that is bad. Hear the passage again… Now go and make words to that musick!”  Eén ding is zeker: het begin van de samenwerking met Morell duidt een duidelijke breuk aan in de ontwikkeling van zijn oratoria. De periode van de grote dramatische meesterstukken werd niet gevolgd door één oratorium, maar door vier of vijf. In deze groep hielden de auteurs veel meer rekening met wat er gaande was op dat moment en hechtten minder belang aan artistieke problemen.

Dorine Mortelmans

boven

 

 

8. Populariteit van Judas Maccabaeus

 

Voor Händel komt het grote succes met Judas Maccabaeus in 1746. Dit is vooral te danken aan de politieke situatie van Engeland op dat moment. In 1745 staat Engeland weer in rep en roer. Sinds het Hannoveraans huis de Engelse troon had bestegen, waren de Stuarts in vergetelheid geraakt. Zo dacht niemand meer aan prins Charles Edward Stuart die als banneling in Frankrijk leefde. In de zomer van 1745 pleegt de nieuwe katholieke troonpretendent een invasie in Schotland en begint aan een zegevierende opmars naar het zuiden en naar Londen. Het Engelse leger slaagt er in 1746 in de opstand neer te slaan en Charles Stuart te verjagen. Händel componeert dan het zogenaamde Occasional Oratorio (in feite een reeks van cantates en geen echt oratorium) om de “verwachte” overwinning op de Schotse opstandelingen te verjagen. Want het is pas op 16 april, dus na de première van het werk (14 februari) dat de Hertog van Cumberland erin zal slagen de Schotten te overwinnen in de slag bij Culloden Muir. Händel zet zich opnieuw aan het werk en Judas Maccabaeus wordt een huldiging van de Hertog van Cumberland, naar aanleiding van diens beslissende overwinning op de Schotse rebellen. Beide libretto’s zijn van de hand van Thomas Morell. Voor Judas Maccabaeus baseerde Morell zich op de boeken Maccabeeën I, 1-8 en II, 5-15 uit de apocriefe boeken van de Bijbel.

 

Toen Antiochus IV Epiphanes in 168 v. Chr. beval het altaar van Baäl Hasjamaïm (het Syrische equivalent van Zeus) op te zetten in de Joodse tempel van Jeruzalem, leidde dit tot de furieuze opstand van de Joden tegen de Seleuciden. Judas Maccabaeus, de zoon van een priester, leidde de guerillastrijd en heroverde in 164 v. Chr. de tempel. Deze gebeurtenis wordt nog jaarlijks in het Chanouka (het Joodse feest van de lichtjes) herdacht. In 160 v. Chr. sneuvelde Judas in een veldslag tegen de Seleucidische troepen. Zijn broer Simon wist, zo’n twee decennia na de dood van Antiochus IV, uiteindelijk onafhankelijkheid voor de Joodse staat te verkrijgen.

 

Beide werken van Händel uit 1746 hangen dus nauw samen met de gebeurtenissen. Met het oratorium Judas Maccabaeus maakt het volk de componist tot hun grote favoriet: ze herkennen zich in het bijbelverhaal over de triomf van het Israëlische leger. Het oratorium wordt het middel bij uitstek om de nationalistische gevoelens van de Engelsen te strelen. Judas Maccabaeus is de incarnatie van de Hertog van Cumberland én van de componist zelf, het Engelse volk wordt vereenzelvigd met de Israëlieten, en het leger van Antochius met de opstandige Schotten. Kortom, Judas Maccabaeus is een volksdrama: de wil tot vrijheid, de vaderlandsliefde, de verslagenheid, het vertrouwen op God, de overwinning zijn de drijfveren.

Majorie Vanhaverbeke

boven

 

9. Niet dramatisch, toch meeslepend

 

De eerste uitvoering van het werk was een groot succes met als gevolg dat Judas Maccabaeus na de Messiah nog steeds als Händels meest populaire oratorium bekend staat. Gedurende de volgende twaalf jaren dat Händel leeft, is dit werk méér dan vierenvijftig keer uitgevoerd. Hierin overtreft het zelfs de Messiah die tijdens Händels leven minder in de smaak viel bij het publiek. Ook na Händels dood is het werk populair gebleven en nooit echt van de planken verdwenen.

De grote dramatische kracht van het oratorium is dat de personages die erin voorkomen mensen zijn, soms vrolijk en jubelend maar soms ook twijfelend en verdrietig. Het feit dat we het verhaal enkel langs de kant van de overwinnaars horen, heeft bijgedragen tot de nationalistische uitstraling van Judas Maccabaeus. Het hoofdpersonage is immers het Joodse volk, dat vertolkt wordt door het koor, de Israëlitische vrouw en de Israëlitische man. Zij staan in voor maar liefst 12 recitatieven, 10 aria’s en 6 duetten. Centraal staan dan ook de gevoelens van het onderdrukte en later bevrijde volk. Deze sloten goed aan bij de sfeer die onder de bevolking heerste na de overwinning van ‘The Duke of Cumberland’ op ‘Prince Charles Stuart’.

 

Doordat er nergens in het oratorium expliciete verwijzingen zijn naar deze historische gebeurtenis, bleek het werk goed in de markt te liggen bij veel nationalistische regimes. Zo komen we zelfs tot het hypocriete feit dat net een oratorium over de grote Joodse overwinning immens populair was in Nazi-Duitsland (maar dan met het hoofdpersonage gecamoufleerd als ‘Wilhelm von Nassau’).

 

Niet enkel het onderwerp deed het nationalistisch gevoel oplaaien, ook de muziek droeg daar in grote mate toe bij. De muziek die Händel schreef voor Judas Maccabaeus voldoet niet aan de normen van veel van zijn ander werk. De melodieën zijn over het algemeen voorspelbaar en niet elk Engels woord is met Händels’ gebruikelijke precisie getoonzet. Soms vermoed je zelfs dat er zo’n haast was dat hij niet de moeite gedaan heeft om de betekenis van de meer verfijnde Engelse woorden op te zoeken. Je vindt opmerkelijk veel minder woordschilderingen dan in zijn andere oratoria. Maar het publiek zag hier blijkbaar geen graten in. Zij waren uitgekeken op de saaie, ingewikkelde opera’s met hun lange da capo aria’s, zodat de verfrissende korte aria’s en het grote aandeel van het koor voor hen een ware verademing waren. De herkenbaarheid van de melodieën heeft er zelfs voor gezorgd dat het koorstuk ‘See the conquering hero comes’ opgenomen is als officiële Chanouka-melodie.

 

Annelies Andries

boven

 

10. Korte Samenvatting

 

Händel componeerde Judas Maccabaeus in juli en augustus 1746. Het libretto was het werk van Thomas Morell. Deze droeg het werk op aan the Duke of Cumberland als een "Faint Portraiture of a Truly Wise, Valiant and Virtuous Commander". Vanaf 1745 was England namelijk weer in rep en roer; een nieuwe katholieke troonpretendent, Charles Edward Stuart, pleegde in juli een invasie en zaaide grote onrust in Schotland en in het noorden van England, waar zijn troepen zeer succesvol opereerden. Het Engelse leger, uitgebreid met vrijwilligers (voor hen componeerde Handel het patriottische lied 'For the Gentleman Volonteers of the Citry of London') en Hollandse soldaten, ging de vijandelijke troepen tegemoet in een poging Charles Stuart te verdrijven. Dat verslaan van de opstandelingen had meer voeten in de aarde dan zich aanvankelijk liet aanzien. Pas op 16 april slaagde de Hertog van Cumberland in de slag van Culloden Muir erin, de opstandelingen een verpletterende nederlaag toe te brengen. Dit was de aanleiding voor Händel om Judas Maccabeus te componeren.

 

Deel I  - De Israëlieten bedreigd en vertwijfeld

Het Joodse volk klaagt over de dood van Matthatias (priester en vader van Judas Maccabeus en Simon) door wie zij zijn aangespoord zicht te verdedigen tegen de wreedheden van de onderdrukker Antiochus Epiphanus, Koning van Syrië. Antiochus probeert diverse malen het Joodse volk, van hun geloof en vrijheid te beroven o.a. door hun de tempel van Jerusalem af te nemen en hun rituele Joodse gebruiken af te schaffen. Judas Maccabeus beantwoordt aan het patriottisme van het Joodse volk en wordt mede op voordracht van zijn broer Simon gekozen tot hun nieuwe aanvoerder. Samen met hem maakt men zich op voor de strijd tegen Antiochus. Het volk, vroom en met een rotsvast geloof, begint een heroïsche strijd op leven en dood.

 

Deel II - Bereidheid om te vechten

Het tweede deel begint met het vieren van de overwinning van de strijd tegen Apollonius (Samaria) en Seron (Syrië).

Opnieuw wordt er weer oorlog gevoerd tegen de Israëlieten door een Syrische divisie, gestuurd door koning Antiochus, o.l.v. generaal Gorgias uit Egypte.

Judas wakkert de moed van zijn volk weer aan en men gaat opnieuw de strijd tegemoet. Zij die achterblijven spreken afschuw uit over de ontheiliging van de tempel van Jeruzalem en roepen op om aanbidding van de God van Israël.

 

Deel III - Roemrijke overwinning

Een en al Feest in Jeruzalem t.g.v. het weer in gebruik nemen van de gereinigde de tempel van Jeruzalem. Een bode kondigt aan dat Judas de slag bij Capharsalama gewonnen heeft. Hij zou hierbij duizend olifanten en alle bijbehorende manschappen verslagen hebben. Met groot gejubel wordt Judas binnengehaald. Het meest beroemde koor uit dit oratorium See the conquering hero comes wordt ingezet. Pas na 1748 is het koor See the conquering hero comes, dat oorspronkelijk uit Joshua kwam, toegevoegd. Het was wel vaker zo dat koren, die erg succesvol bleken te zijn, later ook aan andere werken toegevoegd werden, hetgeen hier het geval was. De Israëlische afgevaardigde Eupolemus keert terug en vertelt dat de ambassadeur van Rome zijn garantie heeft gegeven voor het herstel van vrede en alle eertijds verworven vrijheden en onafhankelijkheid voor het volk in Israël. Een groot feest uit dank voor de vrede sluit dit oratorium af met een plechtig Halleluja.

 

Dorine Mortelmans

boven

 

11. Projecttoelichting

 

Over Händel's oratoria bestaat een groot misverstand, namelijk dat het om kerkmuziek gaat. Het misverstand onstaat wellicht door de enorme bekendheid van het werk dat met zijn naam onlosmakelijk is verbonden, The Messiah. Dit meesterwerk handelt over het leven van Jezus en vormt daarmee een uitzondering in de lijst van 18 oratoriumtitels die Händel componeerde tussen 1718 en 1751. Het enige andere werk met een Christelijk thema is Theodora; deze gaat over de verliefdheid van een Romeinse legerofficier op een Christelijk meisje, Theodora, wanneer de Christenen in de Romeinse provincie Antiochië door de plaatselijk gouverneur onderdrukt worden in de vierde eeuw na Christus. Een meeslepend verhaal met een Christelijk achtergrond, maar geen kerkmuziek. Het gros van de overige titels zijn gebaseerd op verhalen uit het Oude Testament, omdat deze een deel waren van het collectief geheugen van zowel de componist als zijn publiek, en misschien vooral omdat ze een bron waren van het soort drama dat Händel tot zijn beste werken inspireerde.

 

Vanaf 1730 componeerde Händel hoofdzakelijk oratoria. Waarom liet hij opera ineens links liggen na zovele jaren in deze genre gewerkt te hebben en zovele meesterwerken te hebben gecomponeerd? De vraag is eenvoudig maar het antwoord allesbehalve eenduidig. Opera was een rage in Londen tijdens de eerste twee decennia van de achttiende eeuw. Het publiek kon niet genoeg krijgen van de sterzangers uit Italië die in de hoofdstedelijke theaters furore maakten. Händel de opportunist en ambitieuse carrièreman speelde er gretig op in, werd een groot succes, ook financieel, en produceerde onvergetelijke muziekdrama's die ons tot op de dag van vandaag boeien en ontroeren. Maar de muzikale vorm was beperkt, het drama moest zich voltrekken door een aaneenrijging van da capo aria's, voor elke sterzanger even veel en liefst even goed. De libretti waren in een taal die het publiek, de bourgeoisie van de Britse hoofdstad, niet verstond, en moest volgen via gedrukte vertalingen (zoals tegenwoordig ook in de prachtige programmaboekjes van de Vlaamse Opera bijvoorbeeld).

 

Vanaf 1730 kwam er een reactie, steeds meer stemmen vroegen om dramatische werken in de eigen taal over onderwerpen die Jan met de Pet, of in elk geval Frédérique met de bontjas, kon begrijpen. Bovendien raakte de voorraad Italiaanse sterzangers stilaan uitgeput en moest Händel werken met artiesten die misschien wel mindere natuurlijke gaves bezaten, maar misschien ook wel minder kapsones en misschien wel meer bereidheid om zich ten dienste te stellen van het drama. De direkte aanleiding om oratoria te geven in plaats van opera was de afwijzing door de Bisschop van Londen op Händel's verzoek zijn koorknapen in het theater te laten zingen. De knapen mochten zingen maar niet acteren, en door dit toeval is het oratorium eigenlijk ontstaan.

 

Wat wil het dan zeggen, oratorium? We hebben te maken met een muziekdrama dat in het theater wordt gespeeld en gezongen, maar niet geacteerd. Een concertante uitvoering dus? In feite kunnen we Händel's oratoriumuitvoeringen vergelijken met de jaarlijks terugkerende concertante operauitvoeringen die de Vlaamse Opera hier in Antwerpen sinds zijn ontstaan pleegt te brengen. Wie deze uitvoeringen heeft gehoord en gezien zal beamen dat men vaak een dramatisch belevenis meemaakt dat niet onderdoet voor scenische opvoeringen met de meest indrukwekkende decors en meest vindingrijke regisseurs. Zo ook met Händel. Het is zelfs de vraag of de componist zich in zijn oratoria niet bevrijd heeft van de beklemmende noden van de operascène, om vrij spel te geven aan de immens grote scène van de menselijke fantasie.

 

De vraag rijst hoe wij nu in 2007 Händel's oratoria moeten uitvoeren en hoe best de dramatische intentie van de werken over te brengen. Onze eerste plicht is om de werken uit de sfeer van kerkmuziek te halen. Een vergelijking met J.S. Bach, de grote tijdgenoot van Händel, brengt ons op het verkeerde spoor. Bach's oratoria, als we zijn Passies en Missen zo mogen noemen, zijn intens, diepgaand devotioneel. Händel's oudtestamentische oratoria zijn meeslepende, psychologisch fascinerende humanistische verhalen. Moeten we tevreden zijn met een concertante uitvoering waarbij we ons dankzij de muziek van George Frideric een voorstelling kunnen maken van hoe de grote koning Saul, bijvoorbeeld, in de ban van zijn afgunst, zijn speer naar David werpt? Of moeten we dit proberen te ensceneren? Klingsor werpt ten slotte ook zijn speer naar Parsifal, en het wapen blijft in de lucht hangen. Wat een nachtmerrie toch voor elke operaregisseur! Maar zouden de oratoria toch niet enorm aan overtuigingskracht winnen door een scenische opvoering? Hoe veel Tolkein-fanaten, die het hele avontuur van The Lord of the Rings in het theater van de geest hebben vormgegeven, zullen niet met de grootste aarzeling hun weg naar de bioscoop hebben gevonden om te zien of regisseur Jackson in staat was om aan de verwachtingen te voldoen? Maar er zullen slechts weinigen zijn, vermoed ik, die zijn drie films een mislukte poging vinden.

 

Wij zetten een eerste stap om deze kwestie te onderzoeken in onze uitvoeringen van Judas Maccabaeus in Middelburg (nl) en deSingel, Antwerpen in maart 2007. De solisten zullen hun rollen uit het hoofd zingen, en zullen gebruik maken van deze vrijheid om op en af te gaan, in functie van het dramatische verloop van de voorstelling. In de loop van volgend schooljaar willen we enkele losse scènes uit Händel's oratoria als dramatische scenes opvoeren, en ons onderzoek uiteindelijk afronden met een integrale scenische voorstelling.

 

Andrew Wise

boven

oratorium
home